ECLI:NL:RBZWB:2022:4469
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten die waren opgelegd in verband met een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Na afwijzing van het bezwaar stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank. Vervolgens trok belanghebbende het beroep in nadat uit een WOB-procedure bleek dat het voertuig fout geparkeerd stond.
Belanghebbende verzocht daarop om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft de invorderingsambtenaar in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. De invorderingsambtenaar stelde dat belanghebbende zelf had gekozen het beroep in te trekken zonder dat sprake was van tegemoetkoming.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb alleen proceskosten kunnen worden toegewezen als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet is gekomen. Dit was niet het geval. De conclusie die belanghebbende verbond aan de WOB-gegevens was onvoldoende om tegemoetkoming aan te nemen. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door het bestuursorgaan.