ECLI:NL:RBZWB:2022:4160

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 juli 2022
Publicatiedatum
26 juli 2022
Zaaknummer
BRE-21-1164
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en afwijzing immateriële schadevergoeding

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst inzake aanmaningskosten bij navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2011 en 2012.

De rechtbank oordeelt dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat het verplichte griffierecht van €49,- niet binnen de gestelde termijnen is betaald. Belanghebbende heeft meerdere malen een beroep gedaan op betalingsonmacht, maar de griffier heeft dit afgewezen en belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld alsnog te betalen. De brieven zijn aangetekend verzonden en afgeleverd op het opgegeven adres.

Daarnaast heeft belanghebbende verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn, maar de rechtbank stelt vast dat deze termijn in eerste aanleg niet is overschreden en wijst dit verzoek af.

De rechtbank doet de uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en wijst het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummers: BRE 21/1164 en 21/1165

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , [land] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

De ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger.

Procesverloop

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 4 februari 2021 (de uitspraak op bezwaar) beroep ingesteld. Het beroep ziet op de in rekening gebrachte aanmaningskosten inzake de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2011 en 2012 met aanslagnummers [aanslagnummer 1] . en [aanslagnummer 2] .

Overwegingen

Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 49,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
Belanghebbende heeft door middel van het indienen van een formulier met betrekking tot het inkomen en vermogen, ontvangen door de rechtbank op 15 juni 2021, een beroep gedaan op betalingsonmacht. De griffier heeft vervolgens het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 1 december 2021 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Belanghebbende is bij aangetekend verzonden brief van 22 februari 2022 opnieuw in de gelegenheid gesteld het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen met de mededeling dat de bewijsstukken in ieder geval moeten zien op de periode van vier weken vanaf de datum van indiening beroepschrift. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. De griffier heeft vervolgens het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 24 april 2022 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Volgens ingewonnen gegevens bij PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Belanghebbende heeft tevens verzocht om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn. Omdat de redelijke behandeltermijn in eerste aanleg niet is overschreden, wijst de rechtbank dit verzoek af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 29 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.