ECLI:NL:RBZWB:2022:4061
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens termijnoverschrijding in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst. De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, omdat de termijn van zes weken na de uitspraak op bezwaar was verstreken. Belanghebbende stelde dat hij door een verzoek van de Belastingdienst op 6 oktober 2021 alsnog aangifte heeft gedaan, maar dit is geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding.
De rechtbank benadrukt dat belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van het beroepschrift en dat geen omstandigheden zijn gebleken die het te laat indienen verontschuldigen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder zitting.
Daarnaast merkt de rechtbank op dat de ingediende aangifte mogelijk als een verzoek om ambtshalve vermindering kan worden beschouwd. De inspecteur wordt opgedragen dit verzoek in behandeling te nemen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift.