ECLI:NL:RBZWB:2022:4039
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn bij navorderingsaanslagen 2016
Belanghebbende stelde beroep in tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en zorgverzekeringswet 2016, inclusief boetes en belastingrente. De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de wettelijke beroepstermijn van zes weken.
De termijn begon te lopen op 27 november 2021, de dag na de dagtekening van de uitspraken op bezwaar van 26 november 2021. De termijn eindigde derhalve op 7 januari 2022. Het beroepschrift werd echter op 13 januari 2022 gepost, wat te laat was. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat het eerder was verzonden.
De aangevoerde redenen, waaronder drukke werkzaamheden in de zorg en overlegproblemen met zijn broer, werden niet als verontschuldigbare omstandigheden erkend. De rechtbank benadrukte dat persoonlijke drukte geen vrijstelling biedt van de verplichting tijdig beroep in te stellen.
Daarom werden de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Bastiaansen en griffier Plasman op 22 juli 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslagen 2016 is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.