ECLI:NL:RBZWB:2022:3944
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn parkeerbelasting
Belanghebbende stelde beroep in tegen uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar betreffende naheffingsaanslagen parkeerbelasting. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en stelde vast dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. De beroepstermijn van zes weken begon te lopen na de dagtekening van de uitspraken op bezwaar van 21 mei 2021 en 4 juni 2021, en eindigde respectievelijk op 2 juli 2021 en 16 juli 2021.
Het beroepschrift werd pas op 30 november 2021 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. Belanghebbende gaf aan dat hij aanvankelijk het bezwaar niet wilde voortzetten, maar na ontvangst van een derde boete alsnog beroep instelde vanwege onduidelijke bebording en parkeeraanwijzingen. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden geen verontschuldigbare reden vormen om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:7 en Pro 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 22 juli 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verontschuldigbare reden.