ECLI:NL:RBZWB:2022:3732
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inzage stukken belastingbezwaar
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de inspecteur te gelasten alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te verstrekken en geen uitspraak op bezwaar te doen zolang die inzage niet heeft plaatsgevonden. Dit verzoek betreft een bezwaarprocedure tegen informatiebeschikkingen voor de jaren 2015 tot en met 2020.
De inspecteur heeft tijdens de bezwaarprocedure reeds diverse stukken verstrekt, maar weigert inzage in bepaalde stukken op grond van geheimhouding volgens artikel 7:4 lid 6 Awb Pro. Verzoeker stelt dat het achterhouden van stukken zijn procespositie schaadt en spoedeisend belang bestaat omdat hij daardoor gedwongen wordt een beroepsprocedure te starten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat aan de connexiteitseis is voldaan, maar dat geen sprake is van een spoedeisend belang. De inspecteur heeft toegezegd voorlopig geen uitspraak op bezwaar te doen en er is geen onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. De beslissing om stukken niet te verstrekken is een procesbeslissing die in de hoofdzaak kan worden getoetst.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Tevens wordt opgemerkt dat zelfs bij spoedeisendheid het verzoek niet zou baten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.