Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
(vgl. Hoge Raad 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629)dat ten aanzien van onderzoekshandelingen waarvan de uitvoering plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten van een andere tot het EVRM toegetreden staat, de taak van de Nederlandse strafrechter ertoe beperkt is te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten van dit onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces overeenkomstig artikel 6 EVRM Pro. Het behoort niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter om te toetsen of de wijze waarop dit buitenlands onderzoek is uitgevoerd, strookt met de dienaangaande in het desbetreffende buitenland geldende rechtsregels. Ten aanzien van onderzoekshandelingen in het buitenland waarvan de uitvoering plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten, dient de Nederlandse strafrechter wel te onderzoeken of de Nederlandse rechtsregels die dat optreden normeren zijn nageleefd.
in Nederland, alsook die van
NederlandseEncroChat-gebruikers. Bij het verlenen van de machtiging van artikel 126uba Sv is dus niet als uitsluitende voorwaarde opgenomen dat verdachte zich op Nederlands grondgebied moet hebben bevonden, maar valt eveneens elke Nederlandse EncroChat-gebruiker onder het toepassingsbereik van de machtiging van artikel 126uba Sv.
4.De beoordeling van het bewijs
.Dit bedrijf werd om die reden door de Belgische politie geprofileerd in de haven van Antwerpen. Dit houdt in dat containers van het bedrijf in de haven werden gecontroleerd op de aanwezigheid van verdovende middelen. Op 14 maart 2019 zijn met het schip de [Naam 6] twee containers uit Zuid-Amerika aangekomen die bestemd waren voor dit bedrijf. Op 15 maart 2019 bleek uit een scan dat de inhoud van de container met kenmerk [Containernaam] niet conform de aangegeven lading was.
[Naam 7] .Als geadresseerde was opgenomen:
[Naam 5] [Adres naam 5] .De lading van de container betrof volgens de documenten verse bananen. Op 16 maart 2019 is de inhoud van de container aan een controle onderworpen. In de container bleek, volgens een indicatieve test, cocaïne te zijn opgeslagen. In totaal zijn 1280 pakketten cocaïne gevonden, waarvan het complete gewicht 1468 kilogram was. De pakketten waren voorzien van twaalf verschillende opdrukken. Na bemonstering van de pakketten door de Belgische politie zijn 1279 pakketten vernietigd en is één pakket van 1112 gram terug in de container gelegd. De container is vervolgens gecontroleerd doorgelaten en naar de terminal gebracht voor verder transport.
‘ [Naam 6] ’en
‘ container [Containernaam] ’in combinatie met
‘track&trace’.[Naam 9] heeft niet eerder op zijn telefoon gezocht op ‘ [Naam 6] ’ in combinatie met ‘track&trace’. Het genoemde containernummer is één van de twee containers die op 14 maart 2019 voor [Naam 9] met de [Naam 6] in Antwerpen zijn aangekomen, waarbij geldt dat in deze specifieke container de cocaïne is aangetroffen.
“Ik hoorde van [Accountnaam] dat jullie al regelmatig contact hebben.”[Accountnaam] :“Jazeker moet we zitten in dezelfde zaak.”[Accountnaam] :“Ja, klopt.”
“Ja er is mail waar communicatie is tussen Colombia en Belgische justitie over de bak die heet is en dat ging over die van ons.”[Accountnaam]:
“Ben ook veel geld kwijt.”
“Moet heel voorzichtig zijn omdat we niet in de problemen kunnen komen omtrent de zaak waar we in zitten.”
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
Strafwaardigheid handel in cocaïneIn de afgelopen jaren wordt, onder meer in rechtszalen, het juridisch debat gevoerd waarin regelmatig het argument wordt gebruikt dat de handel in cocaïne lang niet zo ernstig is als door justitie wordt beweerd. Door cocaïnehandelaren wordt immers simpelweg voorzien in een behoefte die in alle lagen van de Nederlandse bevolking leeft. Er gaan steeds meer stemmen op die, kort gezegd, pleiten voor de legalisering van harddrugs. Daarbij komt dat, met name door advocaten, wordt gepleit voor het opleggen van lagere straffen aan verdachten die betrokken zijn bij de handel in cocaïne. De discussie over het al dan niet legaliseren van de handel in cocaïne is een discussie die niet in de rechtszaal gevoerd moet worden. Het is aan de wetgever om te bepalen wat strafbaar is en wat niet. Tot op heden is er door de wetgever, mede op basis van afspraken daarover op internationaal niveau, voor gekozen om de invoer van cocaïne in Nederland strafbaar te stellen met een hoge maximumstraf, namelijk 12 jaar gevangenisstraf. Er zijn geen signalen dat daar op afzienbare termijn verandering in zal komen. Wat er ook zij van het argument dat de cocaïnehandel voorziet in een behoefte onder alle lagen van de bevolking, de strafbaarheid en grote winstgevendheid ervan brengt mee dat de georganiseerde handel in cocaïne een bijzonder ontwrichtende invloed heeft op de samenleving. Een aanzienlijk deel van de vermogensdelicten valt te herleiden tot de behoefte aan verdovende middelen bij armlastige gebruikers. Vrijwel alle liquidaties die in het criminele circuit worden gepleegd, zijn direct of indirect het gevolg van conflicten in de onderwereld met betrekking tot grootschalige drugshandel. Dat verschillende verdachten in onderhavig onderzoek niets hebben willen verklaren, mede omdat zij zich zorgen maken om hun veiligheid en die van hun naasten, is veelzeggend.
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
verklaart de officier van justitie ontvankelijkin de vervolging van verdachte;
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 2 ten laste gelegde;
medeplegen van het handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod;
een gevangenisstraf van 6 (zes) jaren;
betaling van een geldboete van € 20.000,- (twintigduizend euro);
vervangende hechteniszal worden toegepast van
135 (honderdvijfendertig) dagen;