ECLI:NL:RBZWB:2022:3282
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen saldo-opgave gemeente Tilburg
Eiseres maakte bezwaar tegen een saldo-opgave van de gemeente Tilburg van 8 februari 2021. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro bevatte. Eiseres stelde dat zij door de ontvangstbevestiging en het opstarten van de bezwaarprocedure op het verkeerde been was gezet en dat het bezwaar mede gericht moest worden tegen het oorspronkelijke toekenningsbesluit van een bedrijfskrediet van 29 mei 2020.
De rechtbank oordeelde dat het college wettelijk verplicht is een ontvangstbevestiging te sturen, ook als het bezwaar niet inhoudelijk wordt behandeld, en dat dit geen verwachting schept dat het bezwaar inhoudelijk wordt beoordeeld. Daarnaast was eiseres op het moment van het indienen van aanvullende gronden op de hoogte van het oorspronkelijke besluit en had zij niet aangegeven dat het bezwaar ook tegen dat besluit was gericht. De rechtbank volgde het college hierin en verwierp de beroepsgronden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring en wees terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af. Tevens werd opgemerkt dat het college primair bij de ex-partner van eiseres tot invordering zal overgaan alvorens bij eiseres zelf. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 20 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.