Op 27 september 2015 pleegde verdachte samen met anderen openlijke geweldpleging tegen twee aangevers op de openbare weg in Breda. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met anderen heeft geslagen, geschopt en met een glazen fles heeft geslagen. De verdediging voerde aan dat verdachte niet bij beide gevechten betrokken was en vrijspraak verdiende.
De rechtbank oordeelde dat het geweld in vereniging was gepleegd en dat verdachte een significante bijdrage leverde, waardoor het geweld van anderen hem ook kon worden toegerekend. Hoewel de redelijke termijn met bijna vijf jaar was overschreden, was de waarheidsvinding niet belemmerd omdat getuigen kort na het incident en later nog verklaringen hadden afgelegd.
Verdachte was tussentijds vijf keer veroordeeld, waardoor de rechtbank vond dat strafoplegging in deze zaak geen redelijk doel meer diende. Gezien het grote tijdsverloop en eerdere veroordelingen werd toepassing gegeven aan artikel 9a Sr, waardoor geen straf of maatregel werd opgelegd.