ECLI:NL:RBZWB:2022:2767
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten na gedeeltelijke intrekking uitkeringsbesluit
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van Baanbrekers tot intrekking en terugvordering van haar uitkering op grond van de Participatiewet over de periode 2018-2020. Tijdens de beroepsprocedure herzag Baanbrekers het besluit en beperkte de intrekking tot twee maanden. Vervolgens trok verzoekster het beroep in en verzocht om veroordeling van Baanbrekers in de proceskosten.
Baanbrekers betoogde dat de proceskostenvergoeding afgewezen moest worden omdat het herziene besluit gebaseerd was op bewijsstukken die ook in de bezwaarfase ingediend hadden kunnen worden. De rechtbank oordeelde echter dat verzoekster al in bezwaar een concreet aanbod had gedaan om de benodigde informatie te overleggen, maar dat Baanbrekers hier geen gebruik van maakte vanwege Corona-maatregelen.
De rechtbank achtte het mogelijk dat Baanbrekers de informatie ook op afstand had kunnen controleren en vond geen bijzondere omstandigheden die een proceskostenvergoeding zouden uitsluiten. Daarom veroordeelde zij Baanbrekers in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €1.841,00, exclusief het griffierecht dat Baanbrekers reeds moest vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Baanbrekers in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van €1.841,00.