Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 17 mei 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] (eiser), te [woonplaats] , gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger,
Procesverloop
OverwegingenRelevante feiten en omstandigheden
"Uw dochter [naam dochter] zal een offerte opvragen voor het uitvoeren van de noodzakelijke aanpassingen. De offerte is onderdeel van het onderzoek in het kader van een eventuele aanvraag voor woningaanpassingen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning".Eiser had hieruit kunnen afleiden dat hij geen vrijbrief had om op voorhand alle gewenste aanpassingen aan zijn woning te realiseren, zonder het college te kennen in de daaraan verbonden kosten. In het gespreksverslag en de e-mails die vanuit het college naar eiser zijn verstuurd kan ook overigens niet worden afgeleid dat sprake is geweest van toezeggingen, uitlatingen of gedragingen als bedoeld in de aangehaalde rechtspraak. Genoemde e-mails bevatten vooral verzoeken om nadere informatie. Zo is in een e-mail van de Wmo-consulent van 13 augustus 2019 opgenomen:
"Let op hiervoor is wel eerst een beschikking nodig vanuit Wmo. Wellicht dat bewijs van akkoord ziekenvervoer ook voldoende is. Voorwaarden even nalopen of dat echt zo is".Verder is in een e-mail van de Wmo-consulent van 4 december 2019 opgenomen:
"Helaas kan ik niets met een totaalbedrag van de aanpassing. Ik heb een gespecificeerde offerte nodig van het uitgevoerde werk om te beoordelen wat er mogelijk onder de Wmo valt". De enkele afwezigheid van een negatief bericht over de toekenning van een maatwerkvoorziening vormt – anders dan eiser kennelijk meent – ook geen toezegging, uitlating of gedraging waaraan hij gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen.