Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
3.Proceskostenvergoeding
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een geïmporteerde Audi A4 2.0 TFSI Quattro, waarbij hij een lagere CO2-uitstoot en een waardevermindering wegens schadeverleden aanvoerde. De inspecteur stelde een hogere CO2-uitstoot vast op basis van het Duitse kentekenbewijs en verhoogde de historische bruto BPM dienovereenkomstig. Tevens werd de historische nieuwprijs vastgesteld aan de hand van koerslijsten.
Belanghebbende betwistte de hoogte van de CO2-uitstoot en stelde dat rekening gehouden moest worden met een waardevermindering vanwege het schadeverleden van de auto. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de auto rechtstreeks uit de Verenigde Staten was geïmporteerd, waardoor de CO2-uitstoot volgens Europese regelgeving juist was vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat de historische nieuwprijs niet kunstmatig verhoogd mag worden door een hogere bruto BPM.
Ten aanzien van de waardevermindering stelde de rechtbank vast dat normale gebruiksschade niet in mindering kan worden gebracht en dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor een extra waardevermindering wegens schadeverleden. De rechtbank stelde de historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde vast en concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.