ECLI:NL:RBZWB:2022:255

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
21 januari 2022
Zaaknummer
BRE-21_3890
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Voor het indienen van het beroep was betaling van griffierecht van €49 vereist. De griffier heeft belanghebbende hierover schriftelijk geïnformeerd, onder meer met een aangetekende brief van 20 oktober 2021, waarin werd gewezen op de gevolgen van niet-betaling.

Volgens Track&Trace is de brief afgeleverd op het opgegeven adres van belanghebbende, maar uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt dit tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De rechtbank ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij de rechtbank, waarbij belanghebbende kan verzoeken om gehoord te worden.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 21/3890

uitspraak van 25 januari 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg,

de heffingsambtenaar.

Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer]. Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 49. De griffier heeft belanghebbende daarover schriftelijk geïnformeerd.
De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 20 oktober 2021 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 25 januari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.