ECLI:NL:RBZWB:2022:237
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij aanslag inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019. Voor het indienen van het beroep is griffierecht van €49 verschuldigd. De griffier heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk en aangetekend geïnformeerd over de betaling van het griffierecht.
De eerste aangetekende brief werd ongeopend retour ontvangen. Vervolgens is de brief naar het bij de uitspraak op bezwaar bekende adres gestuurd, maar belanghebbende stond ingeschreven op een ander adres. Daarom is de brief opnieuw aangetekend naar het juiste adres verzonden, maar ook deze werd ongeopend retour ontvangen met de aantekening “niet afgehaald”. Daarna is de brief per gewone post verzonden.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is betaald. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het bericht van belanghebbende na de termijn voor betaling verandert hier niets aan. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.