ECLI:NL:RBZWB:2022:2295
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde appartement in Waalwijk
De heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk stelde de WOZ-waarde van een appartement in Waalwijk voor het kalenderjaar 2020 vast op €295.000,00. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde dat de waarde maximaal €253.000,00 zou moeten zijn. Na een uitspraak op bezwaar die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de WOZ-waarde, waarbij de heffingsambtenaar een matrix overlegd had waarin de waarde was vastgesteld aan de hand van vergelijkingsobjecten die kort voor de waardepeildatum waren verkocht. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk had gemaakt hoe rekening was gehouden met verschillen in ligging, grootte en voorzieningen, en dat de gebruikte indexatiecijfers van Vastgoedpro passend waren.
Belanghebbende voerde aan dat de taxatiekaart van de vergelijkingsobjecten ontbrak en dat de ligging onvoldoende was meegewogen, maar de rechtbank oordeelde dat de ligging op een hogere verdieping niet per definitie een hogere waarde betekent en dat de onderbouwing voldoende transparant was.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog had vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €295.000,00 wordt ongegrond verklaard.