Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is houder van twee Volkswagen Eos cabriolets die worden ingezet voor het verlenen van zorg bij evenementen. Deze auto’s zijn overgenomen van een stichting die vergelijkbare werkzaamheden verrichtte en destijds vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting (MRB) genoot.
Belanghebbende verzocht om vrijstelling MRB op grond van artikel 71, eerste lid, sub a, van de Wet MRB 1994, omdat de auto’s worden gebruikt voor het vervoer van zieken en gewonden. De inspecteur wees dit verzoek af omdat belanghebbende zelf geen Regionale Ambulancevoorziening (RAV) is en niet aannemelijk is gemaakt dat zij in opdracht van een RAV ambulancezorg verricht.
De rechtbank overweegt dat de vrijstelling alleen geldt voor voertuigen die worden gebruikt door een RAV of noodhulpteams van het Rode Kruis. De overeenkomst tussen belanghebbende en de RAV bevestigt dat belanghebbende ondersteuning ontvangt, maar geen opdracht tot ambulancezorg. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat geen sprake is van een welbewuste bevoordeling van de stichting die eerder vrijstelling kreeg.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de vrijstelling motorrijtuigenbelasting.