ECLI:NL:RBZWB:2022:2046

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 april 2022
Publicatiedatum
15 april 2022
Zaaknummer
BRE-21_5612
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:5 AwbArt. 7:1 AwbInvorderingswet 1990
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over beslissingen ontvanger Belastingdienst

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst. De rechtbank stelt vast dat zij als fiscale bestuursrechter niet bevoegd is om inhoudelijk te oordelen over besluiten van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990, tenzij er een specifieke uitzondering geldt. In deze zaak is geen sprake van een dergelijke uitzondering.

Voorts blijkt dat de besluiten waartegen belanghebbende zich verzet, niet zijn genomen op grond van (belasting)wetgeving buiten de Invorderingswet. Voor die besluiten kan geen beroep bij de fiscale bestuursrechter worden ingesteld, en evenmin bezwaar worden gemaakt. Belanghebbende wordt geadviseerd een civiele rechtsvordering in te stellen indien hij een geschil heeft met de ontvanger over deze kwesties.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om het beroep te behandelen en draagt de griffier op het betaalde griffierecht aan belanghebbende terug te betalen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij de rechtbank.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en draagt het griffierecht aan belanghebbende terug te betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/5612
uitspraak van 15 april 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [plaats] ,

belanghebbende,
en

de ontvanger van de Belastingdienst,

de ontvanger.

Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar van 15 november 2021.
De rechtbank (de fiscale bestuursrechter) is niet bevoegd een inhoudelijke beoordeling te geven. De rechtbank legt dit uit.
Belanghebbende lijkt te willen opkomen tegen verschillende beslissingen van de ontvanger. De (fiscale) bestuursrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990 [1] . Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. Uit het dossier maakt de rechtbank op dat er geen sprake is van één van die uitzonderingen. Voor zover belanghebbende tegen beslissingen van de ontvanger wil opkomen die buiten het kader van de Invorderingswet 1990 zijn genomen, is niet gebleken dat dit ingevolge de (belasting)wet genomen besluiten zijn. Omdat geen beroep bij de (fiscale) bestuursrechter kan worden ingesteld tegen dergelijke besluiten, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken [2] . Voor zover belanghebbende een geschil heeft met de ontvanger met betrekking tot deze kwesties, kan belanghebbende een rechtsvordering indienen bij de civiele rechter.
De rechtbank is dus kennelijk onbevoegd. De onbevoegdheid om te oordelen geldt ook voor de uitspraak op bezwaar.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Aangezien de rechtbank onbevoegd is, zal aan de griffier worden opgedragen het griffierecht terug te betalen aan belanghebbende.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart zich onbevoegd;
- draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht aan deze terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 15 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.
2.Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van Pro de Awb).