ECLI:NL:RBZWB:2022:2027

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 april 2022
Publicatiedatum
15 april 2022
Zaaknummer
BRE-21_5317
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift motorrijtuigenbelasting wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de periode van 14 mei 2021 tot en met 13 augustus 2021, inclusief een opgelegde boete. De rechtbank heeft belanghebbende schriftelijk en per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht van €360,00.

Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet ontvangen door de rechtbank. Volgens artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet betalen van griffierecht binnen de gestelde termijn tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de rechtbank.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/5317
uitspraak van 15 april 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[gemachtigde] ,die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens,
[belanghebbende], gevestigd te [vestigingsplaats] ,
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.

1.Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over het tijdvak 14 mei 2021 tot en met 13 augustus 2021 met aanslagnummer [aanslagnummer] en de bij beschikking opgelegde boete. Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 360,00. De griffier heeft belanghebbende daarover schriftelijk geïnformeerd.
De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 7 januari 2022 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 15 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.