ECLI:NL:RBZWB:2022:170

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 januari 2022
Publicatiedatum
17 januari 2022
Zaaknummer
AWB - 17 _ 4446
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 11a Wet op de dividendbelasting 1965Afdeling 8.2.6 Algemene wet bestuursrechtWet Overige fiscale maatregelen 2008, artikel XXVI, leden 8 en 9
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken teruggaaf dividendbelasting voor buitenlandse belegger

Belanghebbende, een in Duitsland gevestigde entiteit, heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2012, 2013 en 2014. De inspecteur had deze verzoeken afgewezen, waarop belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank verklaarde de beroepen ontvankelijk ondanks een door de inspecteur geconstateerde typefout in de datum van de uitspraken op bezwaar. Er werd geen aanhouding verleend in afwachting van een andere lopende zaak (de Deka-zaak).

Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat belanghebbende zich ten onrechte op het Unierecht beroept om gelijkgesteld te worden aan een fiscale beleggingsinstelling (fbi) voor teruggaaf van dividendbelasting. Volgens het overgangsrecht en de jurisprudentie van de Hoge Raad bestaat geen recht op teruggaaf voor buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen die niet inhoudingsplichtig zijn. Hierdoor is ook geen recht op rentevergoeding over de ingehouden dividendbelasting.

De beroepen werden derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting zijn ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummers BRE 17/4446 tot en met 17/4448
uitspraak van 17 januari 2022
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], gevestigd te [plaats] (Duitsland),
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
De bestreden uitspraken op bezwaar
De uitspraken van de inspecteur van 1 mei 2017 op de bezwaren van belanghebbende tegen de afwijzing van de verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de volgende periodes, waaraan de rechtbank de volgende zaaknummers heeft toegekend:
  • 2012 (zaaknummer 17/4446);
  • 2013 (zaaknummer 17/4447);
  • 2014 (zaaknummer 17/4448).
Zitting
Een regiezitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2021. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een kopie op 21 juni 2021 naar partijen is verzonden. Na afronding van het vooronderzoek is het onderzoek ter zitting ingevolge artikel 8:57, eerste lid, van de Awb achterwege gebleven.

1.Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

2.Gronden

Vooraf: ontvankelijkheid beroep
De inspecteur heeft in het verweerschrift gesteld dat er een typfout is gemaakt in de datum van de uitspraken op bezwaar. Op de uitspraken op bezwaar is de datum 1 mei 2017 vermeld, maar dit had volgens de inspecteur 11 mei 2017 moeten zijn. Gelet hierop acht de rechtbank de beroepen van belanghebbende ontvankelijk en is er geen sprake van een termijnoverschrijding.
Vooraf: geen aanhouding
Zoals tijdens de regiezitting aan de orde is gekomen, heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om zaken zoals de onderhavige aan te houden in afwachting van duidelijkheid in de zogenoemde Deka-zaak in hoger beroep. In wat belanghebbende in de nadere motivering van het beroep aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding om daarop terug te komen.
Inhoudelijk
2.1.
Belanghebbende heeft – kort gezegd – gesteld, met een beroep op het Unierecht, dat recht op teruggaaf van dividendbelasting bestaat omdat belanghebbende vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (hierna: fbi).
2.2.
Gezien het overgangsrecht van artikel XXVI, leden 8 en 9, van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 [1] , is – kort gezegd – voor teruggaafverzoeken met betrekking tot de boekjaren vanaf het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2008 het regime van de afdrachtvermindering [2] van belang.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat de teruggaafverzoeken terecht zijn afgewezen, reeds gelet op het volgende. De Hoge Raad heeft beslist dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door de omstandigheid dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen, in verband met het gegeven dat zij in Nederland niet inhoudingsplichtig zijn voor de dividendbelasting, niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de regeling van de afdrachtvermindering. [3]
2.4.
Aangezien geen recht bestaat op teruggaaf van dividendbelasting, heeft belanghebbende evenmin recht op vergoeding van rente over de ingehouden dividendbelasting.
2.5.
Gelet op het vorenstaande zijn de beroepen ongegrond verklaard.
2.6.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R.T. Pauwels, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A.D. Dockx, griffier, op 17 januari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

Voetnoten

1.Stb. 2007, 563.
2.Artikel 11a van de Wet op de dividendbelasting 1965.