ECLI:NL:RBZWB:2022:1674
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning nabij hoogspanningsleiding in bezwaarprocedure
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het kalenderjaar 2020, vastgesteld op €311.000. Hij stelde dat de waarde te hoog was vanwege de nabijheid van een 380kV-hoogspanningsleiding die rond de waardepeildatum 1 januari 2019 werd aangelegd.
De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatierapport van een deskundige, die de waarde op €216.000 stelde en daarbij vergelijkingsobjecten gebruikte die binnen een jaar voor en na de waardepeildatum waren verkocht. De taxateur hield rekening met verschillen in grondoppervlak en ligging, inclusief het uitzicht op de hoogspanningsleiding.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De ligging nabij de hoogspanningsleiding was meegenomen in de waardering, mede omdat het tracé al in 2013 bekend was en vergelijkingsobjecten ook uitzicht hadden op het tracé.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de vastgestelde WOZ-waarde van €311.000 in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €311.000 wordt ongegrond verklaard.