ECLI:NL:RBZWB:2022:150
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Zander
- Van Lanen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in belastingzaken wegens gebrek aan vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de drie rechters van de meervoudige belastingkamer die betrokken zijn bij twee belastingzaken tegen hem en zijn echtgenote. Hij stelde dat de rechters vooringenomen zijn, onder meer omdat zij op voorstel van de Belastingdienst besloten de zaken op hetzelfde tijdstip te behandelen zonder hem te horen, en dat de communicatie onjuist en niet tijdig was.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Awb, waarbij een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De kamer concludeerde dat de agendering van beide zaken op hetzelfde tijdstip geen voeging betrof en dat verzoeker de mogelijkheid had om een volgtijdelijke behandeling te vragen. Procesbeslissingen zoals deze worden door de wrakingskamer niet inhoudelijk beoordeeld tenzij sprake is van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, wat hier niet het geval was.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond en wees het af. De behandeling van de belastingzaken wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.