Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft een gemachtigde namens een belanghebbende een beroepschrift ingediend tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de daarop gebaseerde belastingen van een pand in Rucphen. Het beroepschrift was echter niet mede-ondertekend door de belanghebbende en er was geen schriftelijke machtiging overgelegd, wat een verzuim oplevert volgens artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De griffier heeft de gemachtigde twee keer schriftelijk verzocht om dit verzuim binnen gestelde termijnen te herstellen, met waarschuwingen dat bij uitblijven van herstel het beroep niet-ontvankelijk verklaard zou worden. Ondanks ontvangst van deze brieven heeft de gemachtigde het verzuim niet hersteld.
De rechtbank oordeelt dat onder deze omstandigheden het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 18 maart 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging en het niet herstellen van dit verzuim.