ECLI:NL:RBZWB:2022:1367

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2022
Publicatiedatum
18 maart 2022
Zaaknummer
BRE-22_63_64
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen inkomstenbelasting 2020 en 2021

Belanghebbende heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2020 en 2021. Voor het indienen van dit beroep is éénmaal griffierecht van €50,00 verschuldigd. De griffier heeft belanghebbende hierover schriftelijk geïnformeerd met een aangetekende brief van 12 januari 2022, waarin tevens werd gewezen op de gevolgen van het niet tijdig betalen van het griffierecht.

De aangetekende brief is echter ongeopend retour ontvangen, ondanks dat belanghebbende volgens de basisregistratie persoonsgegevens op het opgegeven adres staat ingeschreven. Vervolgens is op 14 februari 2022 een herinneringsbrief per gewone post met een laatste betalingstermijn van een week verstuurd. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen.

Op grond hiervan verklaart de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 18 maart 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet voldoen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummers BRE 22/63 en 22/64
uitspraak van 18 maart 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] ,
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.

1.Motivering

Belanghebbende heeft een beroep niet tijdig beslissen ingediend betreffende de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 en 2021. Hiervoor is belanghebbende eenmaal griffierecht verschuldigd van € 50,00. De griffier heeft belanghebbende daarover schriftelijk geïnformeerd.
De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 12 januari 2022 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. De enveloppe waarin deze brief is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen. Deze brief is aangetekend verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven adres. Uit de basisregistratie persoonsgegevens blijkt dat belanghebbende ingeschreven staat op dat adres. Daarop is de brief op 14 februari 2022 nogmaals naar dat adres gestuurd, nu per gewone post en met een laatste termijn van een week.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2.Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 18 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.