Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 24 februari 2021 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] te [plaatsnaam] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Het college heeft het bezwaar van eiseres bij beslissing op bezwaar van 10 september 2019 mede aangemerkt als te zijn gericht tegen het primair besluit II (van 10 april 2019) en heeft het bezwaar ongegrond verklaard met aanvulling van de motivering.
2. Gronden
3. Wettelijk kader
4. De primaire besluiten en het bestreden besluit
- [naam onderneming] . is een onderneming die commerciële activiteiten verricht. De onderneming is ondersteunend aan het proces van o.a. zorg en welzijnsorganisaties door het leveren van een digitale infrastructuur. Er zijn meerdere bedrijven die dit soort dienstverlening aanbieden. Daarmee is het een commerciële activiteit die marktconform kan worden verricht en komt het niet in aanmerking voor subsidie (artikel 4:1, vierde lid, onder g, van de Nadere regels);
- Doordat het financiële aspect onvoldoende duidelijk is, is het voor het college de vraag of [naam onderneming] . beschikt over voldoende middelen met inbegrip van de subsidie om de voornemen activiteiten uit te voeren (artikel 4:1, vierde lid, onder h, van de Nadere regels);
- Subsidieverstrekking aan [naam onderneming] past niet binnen het beleid van de gemeente en het college ziet onvoldoende reden om subsidie te verlenen. (Artikel 4:1, vierde lid, onder l, van de Nadere regels). De toegevoegde en innovatieve waarde van het initiatief van [naam onderneming] is onvoldoende concreet onderbouwd. Ook de motivering en verankering van de resultaten wordt onvoldoende belicht in de aanvraag
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het subsidieverzoek gelet op die motivering in redelijkheid kunnen weigeren op grond van artikel 4:1, vierde lid, onder l, van de Subsidieverordening. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit de aanvraag inderdaad niet blijkt welke zorg- en welzijnsinstanties hebben toegezegd gebruik te zullen maken van het initiatief en dat eiseres ter zitting heeft toegelicht dat ook op dit moment niemand gebruik maakt van het systeem. De rechtbank zal de rechtsgevolgen van het bestreden besluit daarom in stand laten.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat het bezwaar van eiseres tegen primair besluit I niet-ontvankelijk wordt verklaard;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit overigens in stand blijven;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,- aan eiseres te vergoeden.