Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
te ondertekenen
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2013, die was opgelegd na correcties in verband met verliesverrekening uit 2016.
De rechtbank overwoog dat de navorderingstermijn op grond van artikel 16, zesde lid, AWR niet was verstreken omdat het verlies uit 2016 werd verrekend met het inkomen uit 2013 en navordering over 2016 nog mogelijk was. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde vanwege het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro. Ook het motiveringsbeginsel was niet geschonden, aangezien de inspecteur voldoende uitleg had gegeven.
De rechtbank concludeerde dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 wordt ongegrond verklaard.