ECLI:NL:RBZWB:2021:6576
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inzage en beoordeling bezwaren box 3 belastingaanslagen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen belastingaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2018 en 2019 van zijn ouders, omdat zijn vermogensbestanddelen daarin zijn betrokken. Na het verstrijken van de beslistermijn heeft verzoeker beroep ingesteld en de rechtbank heeft de inspecteur opgedragen uitspraken op bezwaar te doen.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om onder meer inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken te verkrijgen, geen uitspraken op bezwaar te laten doen zolang die inzage niet had plaatsgevonden, en om aanpassing van werkinstructies in de massaal bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter beoordeelde dat aan de eis van connexiteit was voldaan, maar dat geen sprake was van onverwijlde spoed.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of alle stukken zijn overgelegd thuishoort bij de bodemprocedure en dat de inspecteur inmiddels uitspraken op bezwaar heeft gedaan die in beroep kunnen worden bestreden. Ook is het niet aan de voorzieningenrechter om interne werkinstructies van de Belastingdienst aan te passen. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening inzake inzage en aanpassing werkinstructies wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisendheid.