ECLI:NL:RBZWB:2021:6504
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot bekrachtiging schriftelijke aanwijzing door gecertificeerde instelling
De zaak betreft een verzoek van Stichting Jeugdbescherming Brabant tot bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing aan de vader van een minderjarige, betreffende de verzorging en opvoeding van het kind. De ouders hebben gezamenlijk het gezag, maar het kind woont bij de moeder. De ondertoezichtstelling van de minderjarige is meerdere malen verlengd.
De gecertificeerde instelling gaf op 21 oktober 2021 een schriftelijke aanwijzing aan de vader, maar de kinderrechter constateert dat deze brief geen concrete aanwijzingen bevatte. Hierdoor ontbreekt het aan een op rechtsgevolg gericht schrijven, waardoor de aanwijzing niet als zodanig kan worden aangemerkt.
De vader heeft tijdens de zitting aangevoerd dat de gezinsvoogd niet bevoegd zou zijn omdat deze niet SKJ-geregistreerd is. De GI heeft erkend dat de tekst van de aanwijzing incompleet was, maar stelde dat het doel van de brief voor de vader duidelijk had moeten zijn. De kinderrechter oordeelt dat dit onvoldoende is om de aanwijzing te bekrachtigen.
Op grond van artikel 1:263 BW Pro kan de GI schriftelijke aanwijzingen geven en deze door de rechter laten bekrachtigen, mits de aanwijzing concreet is. Omdat dat hier niet het geval is, wijst de kinderrechter het verzoek af. De beschikking is op 10 december 2021 mondeling gegeven en op 22 december 2021 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing wordt afgewezen omdat de brief geen concrete aanwijzingen bevatte.