ECLI:NL:RBZWB:2021:6465
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen boetebeschikking wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende diende beroep in tegen een boetebeschikking in de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017. De rechtbank beoordeelt dat het bezwaarschrift te laat is ingediend, namelijk pas op 20 maart 2020 terwijl de termijn op 9 oktober 2019 eindigde. De wettelijke termijnen zijn dwingend, waardoor niet-ontvankelijkheid volgt tenzij sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding.
Belanghebbende voerde aan dat een nieuwe gemachtigde sinds eind 2018 zijn zaken behartigt en dat zijn echtgenote ernstig ziek was met ziekenhuisopnames. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de late indiening te rechtvaardigen, aangezien belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor tijdige indiening en problemen met een gemachtigde voor zijn risico komen.
Ten aanzien van het beroep tegen de ambtshalve beslissing om de verzuimboete niet te verminderen, stelt de rechtbank dat eerst de bezwaarprocedure moet zijn doorlopen. Omdat de inspecteur niet akkoord ging met het overslaan van deze fase, is het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank draagt op het beroepschrift als bezwaarschrift te behandelen. Er volgt geen inhoudelijke beoordeling van de boetebeschikking en geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de boetebeschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep tegen de ambtshalve beslissing wordt afgewezen wegens het ontbreken van een voorafgaande bezwaarprocedure.