Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende had in de aangifte inkomstenbelasting 2016 specifieke zorgkosten opgevoerd, waaronder medicatie, vervoer, dieetkosten, extra kleding en genees- en heelkundige hulp. De inspecteur corrigeerde dit bedrag aanzienlijk omlaag, waardoor de aftrek onder de drempel bleef en geen aftrek werd toegestaan.
In bezwaar en beroep stelde belanghebbende hogere bedragen, met name voor vervoerskosten en genees- en heelkundige hulp, maar kon deze niet voldoende onderbouwen met bewijsstukken zoals facturen, betalingsbewijzen of medische verklaringen. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende lag en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat de kosten daadwerkelijk waren gemaakt en voldeden aan de wettelijke criteria.
De rechtbank wees de aanslag en de bijbehorende belastingrente toe en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2016 wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van specifieke zorgkosten.