Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2012 (zaaknummer 18/4639);
- het jaar 2013 (zaaknummer 18/4640);
- het jaar 2014 (zaaknummer 18/4641).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, gevestigd in Duitsland, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2012, 2013 en 2014. Hij stelde zich op het standpunt dat hij, vergelijkbaar met een fiscale beleggingsinstelling, recht heeft op teruggaaf op grond van Unierecht.
De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Na uitnodiging tot nadere motivering ontving de rechtbank geen reactie van belanghebbende. De rechtbank overweegt dat op grond van het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 het regime van afdrachtvermindering geldt voor boekjaren vanaf 1 januari 2008.
De Hoge Raad heeft beslist dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet inhoudingsplichtig zijn en daarom geen tegemoetkoming op grond van de afdrachtvermindering krijgen. De rechtbank concludeert dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting en evenmin op rentevergoeding. De beroepen zijn daarom kennelijk ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van teruggaafverzoeken dividendbelasting over 2012-2014 worden ongegrond verklaard.