ECLI:NL:RBZWB:2021:6077

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
30 november 2021
Zaaknummer
C/02/392217 / JE RK 21-2425
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen in pleegzorg

Twee minderjarige kinderen verblijven sinds november 2019 vrijwillig in pleegzorg en sinds april 2021 in hun derde pleeggezin. Door complexe, trauma gerelateerde problemen dreigt het huidige pleeggezin het verblijf te beëindigen, omdat de zorg de pleegouders boven het hoofd groeit. De pleegouders zijn alleen bereid de kinderen nog korte tijd op te vangen mits aanvullende hulpverlening wordt ingezet, waarvoor toestemming van de ouders nodig is. De ouders zijn echter onbereikbaar.

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt daarom een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zonder voorafgaand verhoor van de ouders. De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de wettelijke grond voor ondertoezichtstelling is vervuld en dat onmiddellijke plaatsing noodzakelijk is om ernstige bedreiging te voorkomen.

De kinderrechter wijst het verzoek gedeeltelijk toe voor een termijn van twee weken, waarbij de uithuisplaatsing binnen het huidige pleeggezin wordt toegestaan. Tevens benadrukt de rechter dat de kinderen niet zonder zijn voorafgaande instemming naar een andere pleegzorgvoorziening mogen worden overgeplaatst. De zaak wordt aangehouden voor verdere besluitvorming na een zitting waarbij de Raad, de gecertificeerde instelling en de ouders worden gehoord.

Uitkomst: Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen in het huidige pleeggezin voor twee weken toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/392217 / JE RK 21-2425
Datum uitspraak: 26 november 2021
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant,

hierna te noemen: de Raad,
betreffende
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag] 2012 te Goes, hierna te noemen [minderjarige 1] , en
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag] 2013 te Goes, hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[belanghebbende 2] , hierna te noemen de vader,

wonende te Vlissingen,
STICHTING JEUGDBESCHERMING West ZEELAND, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
gevestigd te Middelburg.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam], hierna te noemen de pleegouders,
wonende te Hansweert.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het mondeling gedane verzoek van de Raad van 26 november 2021;
- de schriftelijke onderbouwing van het verzoek, met bijlagen, van de Raad van 29 november 2021, ingekomen bij de griffie op 29 november 2021.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven sinds november 2019 op vrijwillige basis in een pleeggezin. Zij verblijven sinds april 2021 in het huidige, derde, pleeggezin.

Het verzoek

De Raad verzoekt de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van drie maanden.
Tevens wordt de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling in een voorziening voor pleegzorg, zulks zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden.
De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De beoordeling

Op grond van de informatie, zoals telefonisch doorgegeven aan de kinderrechter en zoals weergegeven in het verzoek, komt de kinderrechter tot het oordeel dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen. Ook is het dringend en onverwijld noodzakelijk dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (met spoed) uit huis worden geplaatst.
Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De kinderrechter overweegt in dit verband dat de plaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in vrijwillig kader binnen dit pleeggezin met onmiddellijke ingang stopgezet dreigde te worden omdat de complexe, trauma gerelateerd kindeigen problematiek van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de pleegouders boven het hoofd groeit. De pleegouders zijn alleen bereid nog korte tijd de kinderen te blijven opvangen wanneer aanvullende hulpverlening wordt ingezet, waartoe toestemming van de ouders nodig is. Beide ouders blijken onbereikbaar te zijn. Gebleken is dat Klaver 4 beschikbaar is voor de bedoelde hulpverlening en dat de pleegouders deze hulp accepteren als tijdelijke oplossing.
Gelet op deze spoedeisende omstandigheid stemt de kinderrechter in met toewijzing van een gedeelte van het verzoek voor een termijn van twee weken, onder aanhouding van het restant. De uithuisplaatsing wordt uitgesproken voor pleegzorg binnen het huidige pleeggezin. De kinderrechter benadrukt dat de kinderen niet zonder zijn vooraf verkregen instemming naar een andere voorziening voor pleegzorg mogen worden overgeplaatst.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting. In afwachting van deze zitting zal de voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van twee weken worden verleend.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht van Stichting Intervence met ingang van 26 november 2021 tot 10 december 2021;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, te weten het huidige pleeggezin, met ingang van 26 november 2021 tot 10 december 2021 en houdt de beslissing voor het overige aan;
verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat de Raad, de gecertificeerde instelling en de ouders zullen worden gehoord tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, in het gerechtsgebouw aan de Kousteensedijk 2 te Middelburg, van
8 december 2021 te 11:00 uur.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2021 door mr. B.J. Duinhof, kinderrechter, in tegenwoordigheid van S.A.K. Kurvink, als griffier.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 29 november 2021.