Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De overwegingen omtrent het beslag.
7.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van oplichting tussen 23 juli en 8 augustus 2018 via een website waarbij slachtoffers betaalden voor niet geleverde goederen.
De officier van justitie stelde dat verdachte betrokken was bij het openen van bankrekeningen met zijn telefoonnummer en adres, en dat dit bewijs zijn schuld ondersteunde. De verdediging betoogde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte als pleger of medepleger aan te merken, mede omdat meerdere personen toegang hadden tot het gebruikte wifi-netwerk en er geen direct verband was met verdachte.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de oplichtingen hebben plaatsgevonden, niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte deze heeft gepleegd of daartoe nauw heeft samengewerkt. Diverse onderzoeksmogelijkheden zijn niet benut, zoals het onderzoeken van relaties tussen verdachte en andere betrokkenen, het controleren van camerabeelden en het doorzoeken van de woonruimte van verdachte.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde feit, verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen en gelastte de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag aan verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de oplichtingen heeft gepleegd of daartoe heeft samengewerkt.