Eiser vroeg op 18 oktober 2018 een Wajong-uitkering aan, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat eiser volgens medisch en arbeidskundig onderzoek arbeidsvermogen heeft. Eiser betwist dit en voert aan dat zijn medische beperkingen en klachten, waaronder ADHD en stemmingsstoornissen, zijn arbeidsvermogen duurzaam beperken. De rechtbank beoordeelt de rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, die concluderen dat eiser weliswaar beperkingen heeft, maar voldoende arbeidsvermogen bezit om vier uur per dag en een uur aaneengesloten te werken.
De rechtbank stelt vast dat eiser de bewijslast draagt om aan te tonen dat hij op zijn 18e verjaardag en de vijf jaar daarna duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had. De medische stukken van de behandelend sector betreffen een latere periode en zijn daarom niet doorslaggevend. De rechtbank acht de onderzoeken van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en arbeidsdeskundige b&b zorgvuldig en gemotiveerd. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Van de Sande op 23 november 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.