ECLI:NL:RBZWB:2021:5921
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting op Hemelvaartsdag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij op 21 mei 2020, Hemelvaartsdag, parkeerde zonder te betalen. Hij stelde dat Hemelvaartsdag volgens de Zondagswet gelijkgesteld moet worden aan zondag, waarop geen parkeerbelasting verschuldigd is, terwijl de parkeerautomaat vermeldde dat betaald moest worden van maandag tot en met zaterdag.
De heffingsambtenaar stelde dat de Verordening en het Aanwijzingsbesluit geen uitzondering maken voor feestdagen en dat de parkeerautomaat duidelijk aangaf dat op de betreffende dag betaald moest worden. Belanghebbende had zelf het risico genomen door niet te betalen.
De rechtbank oordeelde dat de Zondagswet niet in de weg staat aan de betaalplicht op feestdagen en dat de vermelding op de parkeerautomaat duidelijk is. Er was geen beleid of bekendmaking van de gemeente dat feestdagen vrijgesteld zouden zijn. Omdat geen parkeerbelasting was voldaan, was de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting op Hemelvaartsdag.