Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Breda. De heffingsambtenaar vernietigde de aanslag en kende een kostenvergoeding toe voor de bezwaarfase. In het beroep stond de hoogte van de proceskostenvergoeding voor zowel bezwaar- als beroepsfase centraal.
De rechtbank behandelde de zaak op 12 november 2021 via beeldbellen. Tijdens de zitting ontstond een discussie over de beschikbaarheid van de gemachtigde, die niet tijdig aanwezig was in de beeldbelomgeving, waardoor een verzoek om uitstel werd afgewezen. De zitting werd vervolgens afgerond met onmiddellijke mondelinge uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat de zaak als licht kan worden gekwalificeerd gezien de aard en omvang van het geschil, en stelde de wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding voor zowel bezwaar- als beroepsfase vast op 0,5. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €639, inclusief vergoeding van het griffierecht. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding vast op €639 en vergoedde het griffierecht van €49 aan belanghebbende.