Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2017, waarbij de inspecteur de aftrek van kosten voor een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) had geweigerd en belastingrente had berekend. De rechtbank oordeelt dat de EMG-kosten niet aftrekbaar zijn als scholingsuitgaven omdat deze niet zijn gedaan met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning, maar voortvloeien uit een door het CBR opgelegde maatregel vanwege een verkeersovertreding.
Belanghebbende stelde ook dat hij mogelijk ongunstiger werd behandeld vanwege een vermeende registratie op een 'zwarte lijst'. De inspecteur verklaarde dat belanghebbende niet in de Fraude Signalering Voorziening stond en dat de controle op de aangifte 2017 was ingegeven door relatief hoge scholingsuitgaven ten opzichte van het inkomen. De rechtbank hechtte geloof aan deze verklaring.
Ten slotte werd het bezwaar tegen de belastingrente verworpen omdat de aanslag was opgelegd op een hoger belastbaar inkomen dan in de aangifte was aangegeven, waardoor belastingrente terecht werd geheven. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2017 inclusief weigering aftrek EMG-kosten en belastingrente wordt gehandhaafd.