ECLI:NL:RBZWB:2021:559
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor woningbouw
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Middelburg om een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van 43 woningen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het een herhaald verzoek betrof zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
De voorzieningenrechter overwoog dat het feit dat de bouwwerkzaamheden zijn gestart, geen nieuw feit is, aangezien dit al bekend was bij het eerdere verzoek. Ook de stelling van verzoeker over scheurvorming door wisselende grondwaterstanden werd niet als nieuw beschouwd, omdat dit al eerder was aangevoerd. Het rapport van een expertisebureau bevestigde de staat van de gebouwen, maar toonde geen oorzakelijk verband met de bouwactiviteiten.
Verder wees de voorzieningenrechter op een eerdere uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak over het uitwerkingsplan, waarin werd aangegeven dat hydrologische gevolgen integraal moeten worden beoordeeld. Verzoeker stelde dat deze integrale beoordeling ontbrak, maar gaf geen onderbouwing dat dit tot weigering van de vergunning zou leiden.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat het verzoek om voorlopige voorziening niet toewijsbaar is en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van 43 woningen wordt afgewezen.