Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (ZVW) over 2013 en 2015, inclusief belastingrente en een verzuimboete. De bezwaren werden door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Belanghebbende stelde dat hij erop mocht vertrouwen dat zijn belastingadviseur de bezwaren tijdig zou indienen.
De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, aangezien de gevolgen van het handelen van de belastingadviseur voor rekening van belanghebbende blijven. Belanghebbende heeft onvoldoende aanvullende stellingen gedaan om dit te weerleggen. Daarnaast werd het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering niet-ontvankelijk verklaard omdat het pro forma beroepschrift te laat werd ingediend en belanghebbende geen verschoonbare reden gaf.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de aanslagen ongegrond en het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of teruggave van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. van der Vegt op 29 oktober 2021 te Breda.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering wordt niet-ontvankelijk verklaard.