ECLI:NL:RBZWB:2021:5076
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens niet doorlopen wachttijd van 104 weken
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd nadat zij eerder een Ziektewetuitkering ontving die per 21 januari 2020 werd beëindigd. Het UWV weigerde de WIA-uitkering omdat eiseres volgens hen niet 104 weken arbeidsongeschikt was geweest, aangezien zij vanaf 15 februari 2018 weer arbeidsgeschikt werd verklaard.
Eiseres betwistte dit en stelde dat zij doorlopend arbeidsongeschikt was, onder meer vanwege PTSS en een gemetastaseerd melanoom. Zij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige en voerde aan dat het medische onderzoek onzorgvuldig was. De rechtbank oordeelde dat de arbeidsgeschiktheid per 5 november 2017 vaststaat en dat er geen aanwijzingen zijn voor verergering van klachten tussen november 2017 en april 2018.
De rechtbank vond dat eiseres voldoende gelegenheid had gehad om medische informatie in te brengen en dat de stelling dat het Korošec-arrest onjuist werd uitgelegd niet gevolgd kon worden. Omdat eiseres niet verzekerd was na 15 april 2018 en de wachttijd niet was doorlopen, was de weigering van de WIA-uitkering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat de wachttijd van 104 weken niet is doorlopen.