Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de inhouding van loonheffingen over het jaar 2016 door verschillende instanties. De inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze uitspraken, maar ook dit beroep werd aanvankelijk als niet-tijdig beschouwd.
De rechtbank oordeelde echter dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift tijdig per aangetekende post was verzonden, ondanks dat het niet op tijd was ontvangen door de rechtbank. Hierdoor werd de termijnoverschrijding als verschoonbaar beschouwd en werd het beroep ontvankelijk verklaard. De bezwaren zelf bleven niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn en het ontbreken van verschoonbare omstandigheden.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd voor zover het beroep betrekking had op ambtshalve beslissingen van de inspecteur, omdat daartegen geen bezwaar of beroep openstaat. De rechtbank gaf tevens aan dat belanghebbende vrij staat om alsnog aangifte inkomstenbelasting te doen en zo de kwestie eventueel via een aanslag aan de rechter voor te leggen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 7 oktober 2021 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraken op bezwaar wordt ontvankelijk maar ongegrond verklaard; de bezwaren zijn niet-ontvankelijk en de rechtbank is onbevoegd voor ambtshalve beslissingen.