ECLI:NL:RBZWB:2021:4983

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 oktober 2021
Publicatiedatum
1 oktober 2021
Zaaknummer
BRE-21_1932
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het derde kwartaal van 2019 en de daarbij opgelegde boete. De rechtbank heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk geïnformeerd over de verplichting tot betaling van het griffierecht van €181,00, onder meer via een aangetekende brief.

Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet ontvangen door de rechtbank. Volgens artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht leidt het niet betalen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank constateert dat dit hier het geval is en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.

Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 8 oktober 2021. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/1932
uitspraak van 8 oktober 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], te [plaats] ,
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.

1.Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 juli 2019 tot en met 30 september 2019 met aanslagnummer [aanslagnummer] F.01.9271 en de bij beschikking opgelegde boete. Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 181,00. De griffier heeft belanghebbende daarover schriftelijk geïnformeerd.
De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 3 juni 2021 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 8 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.