ECLI:NL:RBZWB:2021:4945
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar en ambtshalve vermindering aanslag inkomstenbelasting 2017
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017, maar diende dit bezwaar te laat in. De inspecteur verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk en nam een ambtshalve vermindering van de aanslag. Belanghebbende stelde dat de termijnoverschrijding te wijten was aan de langere postbezorging tussen Curaçao en Nederland en de coronapandemie.
De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken, omdat belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor tijdige indiening en er voldoende gelegenheid was om tijdig bezwaar te maken, ook al was de postbezorging vertraagd. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van de ambtshalve vermindering stelde de rechtbank vast dat bezwaar eerst moet worden gemaakt voordat beroep mogelijk is, tenzij partijen instemmen met direct beroep. Belanghebbende reageerde niet op het verzoek om instemming, zodat het beroep tegen de ambtshalve beslissing niet-ontvankelijk is en als nieuw bezwaar bij de inspecteur in behandeling wordt genomen.
De rechtbank wees het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring af en verklaarde het beroep tegen de ambtshalve beslissing niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn; het beroep tegen de ambtshalve vermindering wordt als nieuw bezwaar behandeld.