ECLI:NL:RBZWB:2021:4798

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 september 2021
Publicatiedatum
24 september 2021
Zaaknummer
BRE-21_3664
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening parkeerbelasting niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening met betrekking tot de inning van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Voor het indienen van dit verzoek is griffierecht verschuldigd. De griffier heeft belanghebbende per aangetekende brief geïnformeerd over de verschuldigde griffierechten en de gevolgen van niet-betaling.

De brief is volgens Track&Trace bezorgd op het opgegeven adres van belanghebbende. Desondanks is het griffierecht niet ontvangen door de rechtbank. Op grond hiervan verklaart de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 24 september 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/3664
uitspraak van 24 september 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], gevestigd te [vestigingsplaats] ,
belanghebbende,
en
de invorderingsambtenaar van de gemeente [plaats],
de invorderingsambtenaar.

1.Motivering

Belanghebbende heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend betreffende de inning van een naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] . Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 360,00. De griffier heeft, bij aangetekende brief van 28 augustus 2021, belanghebbende daarover schriftelijk geïnformeerd.
De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen twee weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2.Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 24 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.