Uitspraak
1. Het verloop van het geding
2 De verzoeken
3.De vaststaande feiten
4.De beoordeling
op het moment van het aangaanvan het huwelijk sprake was van een stoornis van de geestvermogens van de man. Ook is niet gebleken van enig verband tussen het door de man gestelde dagelijkse gebruik van drank, drugs en/of medicijnen en de gestelde geestesstoornis waardoor hij
op het moment van het aangaan van het huwelijkniet in staat zou zijn geweest om zijn wil te bepalen. De overige door de man naar voren gebrachte feiten en omstandigheden, zoals bijvoorbeeld het gedrag van partijen tijdens hun samenleving, de betrokkenheid van diverse instanties bij het gezin en de strafrechtelijke aangifte van de vrouw jegens de man wegens mishandeling, geven een beeld van een tumultueuze relatie, maar kunnen op zich de stelling van de man niet dragen. De rechtbank kan dan ook, mede gelet op het verweer van de vrouw, op basis van de door de man aangevoerde feiten en omstandigheden en overgelegde bewijsstukken niet vaststellen dat de man op [datum 1] wegens een geestesstoornis niet in staat was om de gevolgen van het aangaan van een huwelijk te kunnen overzien.
op het moment van het aangaan van het huwelijk, te weten [datum 1],sprake was van een zodanige stoornis van zijn geestvermogens dat hij niet in staat was om zijn wil te bepalen of de betekenis van zijn verklaring te begrijpen. Zoals hierna is vermeld, moet de man zich er over uitlaten op welke wijze hij dit bewijs wil leveren.
5.De beslissing
[datum 6]voor uitlating door de man of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;