ECLI:NL:RBZWB:2021:4419
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming NOW-3 wegens te late loonaangifte niet onredelijk
Eiseres, exploitant van een horeca-onderneming, vroeg een tegemoetkoming aan op grond van de derde tranche van de NOW-regeling (NOW-3). De minister wees de aanvraag af omdat eiseres de loonaangifte over juni 2020 pas op 4 september 2020 had ingediend, na de wettelijk gestelde peildatum van 26 augustus 2020.
Eiseres voerde aan dat de strikte peildatum onredelijk was en dat de late indiening te wijten was aan startersproblematiek en een grote toestroom van gasten. Ook stelde zij dat de minister fouten had gemaakt in de procedure en dat haar telefonisch was toegezegd dat zij recht had op een tegemoetkoming, een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de peildatum een legitiem doel dient, namelijk het voorkomen van fraude, en dat de NOW-3 een grofmazige regeling is die geen maatwerk toestaat. De minister voert een buitenwettelijk begunstigend beleid, maar de omstandigheden van eiseres rechtvaardigen geen afwijking. De procedurefouten en het beroep op het vertrouwensbeginsel slagen niet. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tegemoetkoming NOW-3 wegens te late loonaangifte wordt ongegrond verklaard.