Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 3 februari 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], te [plaatsnaam], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
Eiseres is werkzaam geweest als verzorgende IG bij de Stichting [stichting] voor 27,82 uur per week. Op 10 juli 2017 is zij uitgevallen vanwege pijn in de maagregio, na een maagverkleining in 2015. Op 25 september 2017 vond een operatie plaats waarbij geen grote afwijkingen zijn gezien. Er zijn later ook psychische klachten ontstaan. Eiseres is hervat in aangepaste werkzaamheden, maar deze zijn later weer gestopt. Op 23 april 2019 heeft zij een aanvraag ingediend om een WIA-uitkering.
Andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis (primair)is vastgesteld. Zij voert aan dat de bedrijfsarts in zijn oordeel van 3 mei 2019 heeft gesteld dat zij beperkt is voor geluidsbelasting, en dat zij is aangewezen op werk waarbij ze niet wordt afgeleid door anderen. Eiseres stelt verder dat ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen nu zij ook last heeft van een slaapstoornis, en dat zij last heeft van astma. Als gevolg haar beperkingen kan zij de geduide functies niet vervullen, aldus eiseres.
Andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis (primair)is vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank geeft het behandelplan geen aanleiding om te twijfelen aan de beoordeling van het UWV. Het plan dateert van na de datum in geding, en in het plan is geen informatie opgenomen die niet bekend was bij de verzekeringsartsen, dan wel die onverenigbaar is met hun overwegingen en conclusies. In het plan wordt weliswaar een diagnose genoemd, maar volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB, zie onder meer de recente uitspraak van 2 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3033) is een diagnose in arbeidsongeschiktheidszaken niet bepalend. Het gaat enkel om de naar objectieve maatstaven vastgestelde beperkingen.
verdelen van de aandachten
samenwerken.Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze beperkingen niet ver genoeg gaan.