Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[subfonds 1] en [subfonds 2], gevestigd te [plaats] (Verenigde Staten),
1.Motivering
- het jaar 2009 (zaaknummer 18/3947);
- het jaar 2010 (zaaknummer 18/3948);
- het jaar 2011 (zaaknummer 18/3951).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2009, 2010 en 2011. De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Na ontvangst van een verzoek tot nadere motivering van het beroep heeft belanghebbende niet gereageerd. De rechtbank overweegt dat op grond van het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 het regime van afdrachtvermindering van toepassing is voor teruggaafverzoeken vanaf het boekjaar 2008.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn voor dividendbelasting in Nederland. Hierdoor bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting en evenmin op rentevergoeding. De rechtbank acht de beroepen daarom kennelijk ongegrond en wijst deze af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken om teruggaaf dividendbelasting over 2009-2011 af.