ECLI:NL:RBZWB:2021:3796
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen last onder dwangsom voor illegale woonboot en voorzieningen aan de Maas
Verzoekers exploiteren een riviergebonden waterbouwbedrijf aan de Maas en hebben bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom opgelegd door de minister van Infrastructuur en Waterstaat wegens illegale aanwezigheid van een permanent bewoonde woonboot, loopbrug, steiger en gastank op het perceel.
De rechtbank stelt vast dat deze objecten zonder watervergunning in strijd zijn met de Waterwet, het Waterbesluit en de Waterregeling aanwezig zijn. Verzoekers voerden aan dat er sprake is van rechtsongelijkheid, geringe ernst van de overtreding en dat handhavend optreden onevenredig is, mede vanwege de persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van nadelige effecten op waterhuishouding en scheepvaart.
De voorzieningenrechter oordeelt dat geen concreet zicht op legalisatie bestond ten tijde van het besluit en dat handhaving niet onevenredig is gezien het algemeen belang bij naleving van de waterwetgeving. Ook het beroep op misbruik van bevoegdheid wordt verworpen wegens gebrek aan objectieve onderbouwing.
Verzoekers hadden ruim voldoende tijd om de overtredingen te beëindigen en de begunstigingstermijn is terecht niet verder verlengd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.