ECLI:NL:RBZWB:2021:3231
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift wegens termijnoverschrijding bij navorderingsaanslagen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar betreffende navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, alsmede opgelegde boetes. De uitspraken op bezwaar zijn op 15 december 2020 verzonden en op 16 december 2020 ontvangen door belanghebbende.
De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken, welke eindigde op 26 januari 2021. Het beroepschrift is echter pas op 3 februari 2021 bij de rechtbank ontvangen, waardoor het niet tijdig is ingediend. De rechtbank stelt dat de beroepstermijn van openbare orde is, zodat bij overschrijding niet-ontvankelijkheid volgt, tenzij de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat het beroep direct na ontvangst is ingediend, dat zij door Corona mogelijk vertraging heeft opgelopen en dat de Belastingdienst een vertragende factor zou zijn geweest. De rechtbank acht deze stellingen onvoldoende onderbouwd en concludeert dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroepschrift niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding die niet verschoonbaar is.