ECLI:NL:RBZWB:2021:2999
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Dit verzoek volgt op de intrekking van het beroep tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting.
De rechtbank stelt vast dat de proceskosten voor juridische bijstand in de beroepsfase €534 bedragen, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor de bezwaarfase is geen vergoeding toegekend omdat niet tijdig om vergoeding is verzocht. Het betaalde griffierecht van €49 kan niet via deze procedure worden vergoed, maar moet de heffingsambtenaar uit eigen beweging terugbetalen volgens artikel 8:41, zevende lid, Awb.
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van €534 aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 15 juni 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot vergoeding van €534 aan proceskosten na intrekking van het beroep.